Speel hier zelf alle spelletjes uit de podcast!

Klik op de – of + om alle spellen te bekijken

Deze site is ontstaan dankzij luisteraar Fleur. We zijn nog hard bezig om alle spelletjes te verzamelen die we hebben gespeeld. 

Eten #1 Ik denk aan iets
Waar denk ik aan?

In de auto, op vakantie of gewoon aan de keukentafel: dit spelletje kun je overal spelen! Het lijkt een beetje op “Ik zie, ik zie wat jij niet ziet”, maar nu hoef je niet iets te zoeken. Je bedenkt gewoon iets in je hoofd en de ander mag raden wat het is. Dit keer doen we het met eten. 

Zo speel je het

Eén speler neemt iets van eten in zijn of haar hoofd. 

Daarna geef je een paar hints.

Bijvoorbeeld:

Papa: “Ik denk aan iets… je kunt het eten, het is geel en krom.”

Mirthe: “Een banaan!”

Goed geraden!

Nu is de volgende speler aan de beurt om iets te bedenken.

Mirthe: “Ik denk aan iets… het is rood en heel sappig.”

Papa: “Een appel?”

Extra leuk!
  • Begin met makkelijke hints en maak ze steeds moeilijker.

  • Kies een thema, zoals dieren, eten of dingen in huis.

  • Wie het als eerste goed raadt, mag de volgende ronde iets bedenken.

Veel speelplezier en… waar denk jij aan?

Woordenrace met de letter M

Dit spelletje is supersimpel, maar ook heel grappig. Hoe snel kun jij een woord bedenken?

Zo speel je het

Kies samen één letter. Bijvoorbeeld de M.

De eerste speler zegt een woord dat begint met die letter.

Papa: “Maan!”

Daarna moet de volgende speler zo snel mogelijk ook een woord met een M zeggen.

Mirthe: “Muis!”

Dan is de volgende weer aan de beurt.

Papa: “Melk!”

Mirthe: “Meisje!”

Ga zo door totdat iemand geen woord meer weet.

Wie wint?

De speler die het langst moet nadenken of geen nieuw woord meer kan bedenken, is af. Daarna kun je een nieuwe ronde spelen met een andere letter.

Extra leuk!
  • Speel alleen met dieren: muis, mol, meeuw.

  • Speel alleen met eten: meloen, muffin, mayonaise.

  • Of kies een moeilijke letter, zoals de K of de P.

Klaar voor de woordenrace? Hoeveel woorden met een M kunnen jullie bedenken?

De Droommachine

In dromen kan alles gebeuren. Je kunt vliegen op een banaan, thee drinken met een draak of op bezoek gaan bij een pratende pinguïn. Hoe gekker, hoe leuker!

Bij De Droommachine maak je samen één grote, gekke droom.

Zo speel je het

Eén speler zet een timer of wekker, bijvoorbeeld op 1 of 2 minuten.

Daarna begint de eerste speler met een zin. De volgende speler maakt het verhaal verder af met een nieuwe zin. Om de beurt verzin je steeds een stukje van de droom.

Bijvoorbeeld:

Papa: “Ik droomde dat ik onder de mooiste regenboog zat…”

Mirthe: “…en ineens kwam er een eenhoorn naast mij zitten.”

Papa: “…de eenhoorn gaf mij een ijsje van sterren.”

Mirthe: “…en toen vlogen we samen naar een kasteel van snoep.”

Ga zo door en maak de droom steeds gekker!

Wanneer stopt het?

Zodra de wekker gaat, is de droom afgelopen. Dat is het einde van jullie bijzondere droomverhaal.

  •  

Zijn jullie klaar? Zet de wekker aan en stap samen in de Droommachine!

De Warm of Koud Quiz

Sommige dingen zijn heel makkelijk. IJs is koud en soep is warm. Maar wat als iets niet zo simpel is? Bij dit spel moet je goed nadenken!

Zo speel je het

Eén speler noemt iets en de andere speler roept zo snel mogelijk:

“Warm!” of “Koud!”

Maar pas op… sommige antwoorden zijn een beetje gek en daar kun je samen over praten!

Probeer deze eens:

Sneeuw  Koud! 

Warme chocolademelk – Warm! 

Een ijsbeer 

De zon in de winter 

Een ski-jack 

Een pinguïn 

Een kampvuur in de sneeuw 

Extra leuk!

Bedenk zelf nog meer moeilijke dingen:

  • Een warm bad.

  • Een ijsje in de zon.

  • Een slapende kat onder een dekentje.

  • Een beker limonade op een hete dag.

Bij dit spel is er niet altijd maar één goed antwoord. Het leukste is om samen te vertellen waarom iets warm of koud is!

 

Welk muziekinstrument hoor je?

Bij dit spel gaan jullie samen luisteren naar muziek en raden: welk instrument hoor je eigenlijk? Het is een beetje alsof je een speurtocht doet met je oren!

Zo speel je het

Kies een liedje en luister er goed naar. Probeer steeds één instrument te herkennen. Je kunt het om de beurt doen:

Papa: “Hoor je iets? Welk instrument denk je dat dat is?”

Mirthe: “Ik hoor een saxofoon!”

Goed geraden? Dan krijg je een punt. Of je praat er samen over: waarom denk je dat het dat instrument is?

Liedjes om mee te oefenen

Begin met muziek waarin de instrumenten duidelijk te horen zijn:

  • Take Five – Dave Brubeck Quartet
    Een bekend jazzliedje met een duidelijke saxofoon en een ritme dat je goed kunt tellen.

  • Peter en de Wolf – Sergej Prokofjev
    In dit verhaal heeft elk dier een eigen instrument. Perfect om te oefenen!

  • Eine kleine Nachtmusik – Mozart
    Hier hoor je veel strijkinstrumenten zoals viool en cello.

  • Star Wars Theme – John Williams
    Grote filmische muziek met veel koperblazers zoals trompetten.

  • We Will Rock You – Queen
    Hier draait het vooral om het ritme en de drums.

Extra leuk!
  • Doe je ogen dicht tijdens het luisteren.

  • Kies één instrument om extra goed op te letten.

  • Maak zelf geluiden van de instrumenten met je stem.

Wie hoort de meeste instrumenten? Veel luisterplezier!

ik denk aan iemand ik denk aan iemand (lijkt op ik zie ik zie wat jij niet ziet maar dan beschrijf je iemand die je beiden kent)

Ik noem een woord en jij moet zeggen of het bij de winter of de lente hoort.


1️⃣ Sneeuwpop ☃️
2️⃣ Lammetjes 🐑
3️⃣ Warme chocolademelk ☕
4️⃣ Bloesembomen 🌳
5️⃣ Sjaal en wanten 🧣
6️⃣ Vlinders 🦋
7️⃣ Vogels die fluiten 🎶
8️⃣ Muts op je hoofd ❄️
9️⃣ Fietsen zonder jas 🚲
🔟 Langer licht s’svonds 🌞

Appel

Snoepje

Patat

veel koekjes

water drinken

bruine boterham

hagelslag

laat naar bed

slapen

springen en rennen

tandenpoetsen

buitenspelen

Komkommer

kroketten

in deze aflevering hoor je de brug van het kasteel, een ridder een parade en een fanfare. welke geluiden herken jij? 

De maan is rond de maan is rond…

Teken iets op iemands rug met je vinger. 
De ander moet raden wat je hebt getekend

Spring als een haas

Doe een kip na 

Verstop jezelf alsof je een paasei bent

Fladder als een kuikentje rond

Maak het geluid van een kuiken dat net uit het ei komt

Tel hoeveel paaseitjes je ziet liggen

Zeg “Vrolijk Pasen!” Met een grappigste stem

Blikken gooien

Klaar voor een spel waarbij je goed moet mikken? Zet de blikken maar klaar, want het is tijd voor Blikken gooien!

Zo speel je het

Stapel een paar lege blikken op elkaar. Heb je geen blikken? Dan kun je ook plastic bekers of lege wc-rollen gebruiken.

Ga een paar stappen naar achteren staan en pak een zachte bal.

Nu mag je gooien!

Probeer met één worp zoveel mogelijk blikken om te gooien.

Daarna is de volgende speler aan de beurt.

Wie wint?

Spreek van tevoren af hoeveel rondes jullie spelen, bijvoorbeeld vijf.

  • Voor ieder blikje dat omvalt krijg je één punt.

  • Degene met de meeste punten wint!

 

Welke emotie is het?

Blij, boos, verdrietig of verbaasd… Kun jij aan een gezicht of een geluid horen hoe iemand zich voelt?

Bij dit spel beeldt één speler een emotie uit en de ander probeert te raden welke emotie het is.

Zo speel je het

Eén speler kiest stiekem een emotie.

Daarna mag je die emotie uitbeelden met je gezicht, je stem of je hele lichaam. Praten mag niet!

De andere speler kijkt goed en roept:

“Ik denk dat jij… blij bent!”

Is het goed? Dan mag die speler de volgende emotie uitbeelden.

Probeer deze emoties eens!

😀 Blij

😢 Verdrietig

😡 Boos

😨 Bang

😲 Verbaasd

😴 Moe

🤩 Trots

😳 Verlegen

😂 Heel erg grappig

🤔 Verbaasd of in de war

Wat zit er in de tas van mama?

Hoe goed kun jij onthouden wat je hebt gezien? Bij dit spel moet je heel goed kijken én goed onthouden!

Zo speel je het

Leg vijf voorwerpen op tafel. Dat kunnen bijvoorbeeld zijn:

  • Een lepel

  • Een knuffeltje

  • Een haarborstel

  • Een sleutel

  • Een speelgoedautootje

Laat iedereen de spullen goed bekijken. Leg daarna een doek over de voorwerpen.

Nu haalt één speler stiekem één voorwerp weg.

Haal het doek weer weg en kijk goed…

Welk voorwerp is verdwenen?

Voorbeeld

Papa: “Kijk goed naar alle spullen!”

(Het doek gaat erover en papa haalt de haarborstel weg.)

Mirthe: “Ik weet het! De haarborstel is weg!”

Goed onthouden!

Extra leuk!

  • Gebruik steeds meer voorwerpen. Begin met vijf en probeer daarna eens zes of zeven.

  • Maak het moeilijker door twee voorwerpen te verwisselen.

  • Gebruik alleen spullen uit de handtas van mama of uit de keuken.

Wie heeft de beste speurneus en ontdekt als eerste wat er verdwenen is?

Raad het voertuig!

Toet-toet, tingeling of woeeeesj… Kun jij aan een geluid horen welk voertuig het is?

Bij dit spel maakt één speler geluiden van een voertuig en de andere speler moet raden welk voertuig er bedoeld wordt.

Zo speel je het

Eén speler maakt een geluid. Je mag je stem gebruiken, klappen of zelfs met je handen op tafel trommelen.

De andere speler luistert goed en roept:

“Ik weet het! Het is een…”

Daarna mag die speler een nieuw voertuig bedenken.

Probeer deze eens:

🚗 Auto – “Brrrrm… toet-toet!”

🚂 Trein – “Tsjoek-tsjoek… toet!”

🚲 Fiets – “Tring-tring!”

🚁 Helikopter – “Woep-woep-woep-woep!”

🚒 Brandweerauto – “Wie-oe, wie-oe!”

🚜 Tractor – “Brrr… brrr… brrr…”

🚀 Raket – “Tien, negen, acht… drie, twee, één… WOEESJ!”

Extra leuk!

  • Doe je ogen dicht tijdens het luisteren.

  • Maak het geluid steeds een beetje moeilijker.

  • Verzin zelf nog meer voertuigen, zoals een vliegtuig, een boot of een motor.

Wie raadt de meeste voertuigen? Zet je oren maar goed open!

Groot of klein?

Een Dino is groot en een mier is klein… maar hoe zit het met een voetbal of een banaan? Bij dit spel moet je goed nadenken!

Zo speel je het

Eén speler noemt een dier, voorwerp of iets uit de natuur.

De andere speler roept zo snel mogelijk:

“Groot!” of “Klein!”

Daarna vertel je waarom je dat denkt.

Probeer deze eens!

  • 🐘 Een olifant – Groot!
  • 🐜 Een mier – Klein!
  • 🏠 Een huis – Groot!
  • 🍓 Een aardbei – Klein!
  • 🚲 Een fiets – Groot!
  • 🖍️ Een kleurpotlood – Klein!
  • ✈️ Een vliegtuig – Groot!
  • 🐭 Een muis – Klein!
  • 🌳 Een boom – Groot!
  • 🧸 Een knuffel – Klein!
  • 🚢 Een schip – Groot!
  • ⚽ Een voetbal – Klein! (ten opzichte van een auto of een huis!)

Woorden hakken en plakken

Kun jij woorden in stukjes hakken? En kun jij van losse stukjes weer een heel woord maken? Met dit spel oefen je spelenderwijs luisteren naar klanken en woorden.

Zo speel je het

Eén speler zegt een woord langzaam in stukjes. De andere speler luistert goed en plakt de stukjes weer aan elkaar.

Bijvoorbeeld:

Papa: “Boo-m”

Mirthe: “Boom!”

Goed gedaan!

Nu mag Mirthe een woord hakken.

Mirthe: “Pa-pa”

Papa: “Papa!”

Probeer deze eens!

🌳 B-oo-m → Boom
🐱 K-a-t → Kat
🚗 Au-t-o → Auto
🎒 T-a-s → Tas
🏠 H-ui-s → Huis

 

Ik ga bakken en ik heb nodig…

Dit spel lijkt een beetje op “Ik ga op reis en ik neem mee”, maar dan voor echte kleine bakkers! Kun jij onthouden wat iedereen nodig heeft om iets lekkers te maken?

Zo speel je het

De eerste speler begint met de zin:

“Ik ga bakken en ik heb nodig…”

Daarna noemt die speler één ingrediënt of iets wat je nodig hebt om te bakken.

Bijvoorbeeld:

Papa: “Ik ga bakken en ik heb nodig… meel.”

De volgende speler herhaalt alles wat al genoemd is en voegt iets nieuws toe.

Mirthe: “Ik ga bakken en ik heb nodig… meel en suiker.”

Papa: “Ik ga bakken en ik heb nodig… meel, suiker en eieren.”

Zo wordt het lijstje steeds langer!

Wie wint?

Kun jij alle ingrediënten nog onthouden?

Als je iets vergeet, is de bakronde voorbij. Kijk samen hoeveel dingen jullie konden onthouden!

Papa zegt…

Luister goed, want bij dit spel moet je supergoed opletten! Dit spel lijkt een beetje op “Simon zegt”, maar dan met… Papa!

Zo speel je het

Eén speler is de baas van het spel. Die geeft opdrachten.

Maar er is een belangrijke regel:

Hoor je “Papa zegt…” vóór de opdracht? Dan moet je de opdracht uitvoeren.

Bijvoorbeeld:

Papa: “Papa zegt: klap in je handen!”
👏 Dan mag je klappen.

Papa: “Papa zegt: draai een rondje!”
🌀 Dan mag je draaien.

Maar zegt Papa alleen:

Papa: “Spring!”

Dan moet je juist stil blijven staan!

Papa probeert je namelijk te foppen.

Wie zit er naast mij in de bus?

De bus staat klaar, de rugzakken zijn ingepakt en we gaan op schoolreisje! Maar er gebeurt iets geks… Als je in de bus gaat zitten, zit er steeds een bijzondere passagier naast je.

Kun jij raden wie het is?

Zo speel je het

Eén speler leest een gekke omschrijving voor.

De andere speler luistert goed en probeert te raden wie er naast hem of haar in de bus zit.

Papa: “Ben je er klaar voor? De bus vertrekt…”

🚌 Je zit in de bus om op schoolreisje te gaan. Naast jou zit iemand met een rode neus. Wie zit er naast jou?

Antwoord: Een clown! 🤡

Nog meer busgenoten:

🚌 Naast jou zit een klein mannetje met een rode puntmuts
Antwoord: Een kabouter

🚌 Naast jou zit iemand met een lange nek die blaadjes uit de bomen eet. Wie zit er naast jou?
Antwoord: Een giraf! 🦒

🚌 Naast jou zit iemand met een staart en hij zegt de hele tijd miauw. Wie zit er naast jou?
Antwoord: Een kat! 🐱

🚌 Naast jou zit iemand die een rode muts draagt en cadeautjes brengt. Wie zit er naast jou?
Antwoord: Sinterklaas! 🎁

🚌 Naast jou zit iemand met een helm en een grote ladder. Wie zit er naast jou?
Antwoord: Een brandweerman of brandweervrouw! 🚒

Raad welk dier het is. 

Luister naar dierengeluiden en welk dier hoor je.

 

Ga lekker samen voetballen en kijk wie er het meest kan scoren! 

Groep 3 of nie?

Ga jij na de zomervakantie naar groep 3? Dan veranderen er best veel dingen! Maar weet jij al wat typisch bij groep 2 hoort en wat je juist in groep 3 gaat doen?

Zo speel je het

Eén speler noemt iets wat je op school doet.

De andere speler roept zo snel mogelijk:

“Groep 2!” of “Groep 3!”

Daarna vertel je samen waarom je dat denkt.

Probeer deze eens!

  • Spelen in de hoeken – Groep 2

  • Letters leren lezen – Groep 3

  • Oefenen uit een boekje – Groep 3

  • Veel spelen in de poppenhoek – Groep 2

  • Rekensommen maken – Groep 3

  • Je eigen etui hebben – Groep 3

  • Leren schrijven – Groep 3

  • Middagkring – Groep 2

  • Een leesboekje mee naar huis krijgen – Groep 3

  • Veel aan een tafel werken – Groep 3

  • In de kring zitten – Allebei! In groep 2 én groep 3 begin je vaak samen in de kring.

Extra leuk!

Bedenk zelf nog meer dingen en vraag steeds: “Hoort dit bij groep 2 of groep 3?”

Zo ontdek je spelenderwijs wat je allemaal gaat leren als je naar groep 3 gaat!

Heet, koud of… dat weet je niet!

Sommige dingen zijn altijd heet of koud. Maar andere dingen? Daar moet je even goed over nadenken! Bij dit spel gaat het niet alleen om het goede antwoord, maar vooral om samen praten.

Zo speel je het

Eén speler noemt een voorwerp of een situatie.

De andere speler roept zo snel mogelijk:

“Heet!”, “Koud!” of “Dat weet je niet!”

Praat daarna samen waarom je dat antwoord hebt gekozen.

Probeer deze eens!

  • Een brandende kaars – Heet! 🔥

  • Een ijsje – Koud! 🍦

  • Een pan op het aanrecht – Dat weet je niet! Misschien is hij net van het vuur of al helemaal afgekoeld.

  • Een lucifer die net is uitgeblazen – Heet! 🔥

  • De barbecue – Heet! 🔥

  • Een kopje thee – Heet!

  • Een glas ijsthee – Koud! 🧊

  • Een kampvuur – Heet! 🔥

  • Een föhn – Heet! (de lucht kan warm zijn)

  • Een strijkijzer – Heet! 👕

  • Een koelkast – Koud! ❄️

  • Sneeuw – Koud! ❄️

  • Een oven – Heet! 🔥

  • Een zwembad – Dat weet je niet! Het water kan koud of juist lekker warm zijn.

  • Een pizza die net uit de oven komt – Heet! 🍕

  • Zand op het strand in de zon – Heet! 🏖️

  • Een kraan – Dat weet je niet! Er kan warm of koud water uit komen.

Raad het cadeautje!

Er liggen tien ingepakte cadeautjes klaar. Maar wat zit erin? Dat is natuurlijk nog een verrassing!

Bij dit spel geeft één speler steeds een paar aanwijzingen. De andere speler probeert zo snel mogelijk te raden wat er in het cadeautje zit.

Zo speel je het

Eén speler leest de hints voor.

De andere speler mag na iedere hint een gok doen. Hoe sneller je het goede antwoord raadt, hoe knapper dat is!


🎁 Cadeautje 1

  • Het is heel zacht.

  • Je kunt het lekker knuffelen.

  • Veel kinderen nemen het mee naar bed.

Antwoord: Een knuffel.


🎁 Cadeautje 2

  • Het is rond.

  • Je kunt ermee gooien.

  • Je kunt ermee voetballen.

Antwoord: Een bal.


🎁 Cadeautje 3

  • Het is hard.

  • Het zit meestal in een doos.

  • Je kunt ermee bouwen.

  • Ze zijn er in allerlei kleuren.

Antwoord: LEGO.


🎁 Cadeautje 4

  • Ze zijn er in heel veel kleuren.

  • Je gebruikt ze om een kleurplaat mooi te maken.

  • Soms moet je ze slijpen.

Antwoord: Kleurpotloden.


🎁 Cadeautje 5

  • Je kunt erop rijden.

  • Hij heeft twee wielen.

  • Je moet trappen om vooruit te komen.

Antwoord: Een fiets.


🎁 Cadeautje 6

  • Je vindt er heel veel in de bibliotheek en winkel.

  • Er staan plaatjes én tekst in.

  • Je kunt eruit lezen.

Antwoord: Een boek.


🎁 Cadeautje 7

  • Dit kan vliegen.

  • Het heeft een touwtje.

  • Er is wind nodig.

Antwoord: Een vlieger.


🎁 Cadeautje 8

  • Het is klein en rond.

  • Je kunt ermee stuiteren.

  • Hij springt soms heel hoog.

Antwoord: Een stuiterbal.


🎁 Cadeautje 9

  • Je maakt hem van papier.

  • Je zet hem op je hoofd.

  • Je draagt hem als je jarig bent.

  • Iedereen ziet meteen wie de jarige is.

Antwoord: Een verjaardagsmuts.


🎁 Cadeautje 10

  • Je blaast hem op.

  • Hij wordt steeds groter.

  • Op een feestje hangen er vaak heel veel.

  • Laat je hem los, dan vliegt hij soms weg!

Antwoord: Een ballon.